rss search

Aanschuiven

line

AanschuivenDeze zomer reed ik uit Italië. Vanuit Toscane terug naar Nederland. Het mooiste aan die terugreis is Zwitserland. De wegen, de bergen, de tunnels, de passen. Een vakantie op zich.

Vroeger ging ik op vakantie naar Zwitserland. Ik was nog jong. Een kleine camping aan de rand van een klein dorpje. Er was niet veel. Een zwembad , een bergrivier en een waterval. Maar dat was genoeg. De dagen vlogen voorbij.

Op mijn terugreis wist ik dat ik langs de camping zou rijden. Het lag dichtbij de snelweg. Ik had een tentje bij me. Ik wist al wat ik wilde. En zo belandde ik dus op een camping waar ik 20 jaar geleden voor het laatst was geweest. Maar het moment dat ik de snelweg afdraaide, herkende ik alles.

De tijd had stilgestaan. Ik reed de camping op en zag de receptie. Tegelijkertijd zag ik een jongetje over de weg richting een tent rennen. Hij kwam mij bekend voor. Ik stapte uit en liep richting de receptie. Langs het zwembadje. Ik zag hoe een klein meisje in het zwembad werd gegooid. Ze kwam boven alsof ze minuten onder water was geweest. Ogen wijd open en fladderend met haar armpjes.

Ik arriveerde bij de receptie. Ik zei een vrouw gedag. Ik herkende haar. De eigenaresse. Ze was niets veranderd. Ik stond aan het glazen luik. De toonbank was verlaagd. Denk ik. Ik rook de geur van vers brood. Ik zag mijzelf twee grote stokbroden bestellen en betalen met de Zwitserse franken die ik stevig in mijn rechterhandje hield. Maar ik huurde een plek voor mijn tent en gaf mijn creditcard nummer.

Ik liep terug naar de auto. Stapte in, startte en reed stapvoets richting mijn plek. Op een kleine helling. Ik passeerde een caravan. En een tent. Voor de tent zat een man. In zwembroek. Hij was bruin en keek lachend naar het zwembad. Door de ingang van de tent zag ik een mooie vrouw. Lachend. In bikini stond zij te koken. Ik kon het ruiken. Heerlijk.

Vijfentwintig meter na de tent, zag ik mijn plek. Ik parkeerde, keek rond en bepaalde de positie van mijn tent. Een klein half uur later sloeg ik de laatste haring in de grond met een grote kei. Geleend uit het stenen muurtje dat diende als afscheiding van mijn plek.

Ik ging zitten in het gras. Voor mijn tent. Het was onderhand een uur of zes. Tijd voor een biertje. Bij de tent voor mij was de tafel gedekt. De kinderen kwamen aangerend en wilde aanschuiven. Eerst handen wassen onder een jerrycan. Iedereen zat aan tafel. Ontblote lijven. In de zon. De vrouw kwam uit de tent met een grote dampende pan. Ik rook macaroni. Ik kreeg trek en wilde graag aanschuiven.

Maar dat kon niet. Ik zat er al.



Leave a Comment