rss search

Hotel

line

Hotels. Heerlijk op vakantie. Voor een paar dagen. Of tijdens een Oktoberfest. Maar zodra het uit praktisch oogpunt is. Op doorreis of  voor werk, dan is elk hotel hetzelfde. Bij de kamerprijs is de kunstmatige gezelligheid inbegrepen. 

 Er dwaalt dezelfde sfeer door de gangpaden, de receptie, het restaurant en de treurige bar. Een sfeer en gevoel zoals dat bestaat wanneer je als éérste op een feest verschijnt. De ruimte is klaar voor feestende mensen. Misschien staantafels met daarop kleine schaaltjes hapjes of chips en onderzetters. Een lege dansvloer met in de hoek een DJ die als ‘voorbereiding’ quasi-druk door zijn collectie bladert. Een schone bar met daarachter twee nog wat ongemakkelijk vriendelijk en nerveus wachtende medewerkers. Als je binnen stapt, kan  je overal gaan staan. Je weet dat het er gezellig uitziet. Maar het is het niet. Nog niet. Bij een hotel is dit gevoel hetzelfde. Het enige verschil is. Dat gevoel blijft.

Iedereen heeft zijn best gedaan. De kamer is netjes, het personeel vriendelijk. Maar het voelt allemaal kunstmatig. Plastic. Meestal heeft het personeel geleerd, hoé vriendelijk te zijn. Gevolg? Alsof je tegen de klantenservice van de gemiddelde telecomaanbieder staat te praten. Tegen een soort gehersenspoelde troetelbeer. Je hoort zó vaak ‘U’ of ‘Mijnheer’ dat de rest van alle informatie langs je heen gaat. Voor je het weet sta je de receptioniste glazig en afwachtend aan te staren, terwijl ze zojuist in drie seconden heeft uitgelegd waar je kamer, de bar, het restaurant en de wellness ruimte is. Verstopt tussen deze stroom van informatie ben je ook op de hoogte gesteld hoe laat je kan ontbijten en hoe de roomservice werkt.

Deze hotels lijken allemaal gemaakt in een periode dat kevers populair waren. Als auto en als muzikanten. Een periode dat donkerbruin erg modern was. Véél donderbruin. Gecombineerd met witte bakstenen. Overal. Binnen én buiten. Alleen je kamer is verbouwd. Modern ingericht. Strak opgemaakt bed. Een badkamer met een stapeltje strak gevouwen handdoeken. Het voetenmatje hangt nog over de rand  van de badkuip. Het ziet er allemaal zó strak opgeruimd uit, dat je het gevoel hebt alsof er de dag daarvoor een criminele afrekening is geweest waarna er vervolgens heel nauwkeurig en precies is schoongemaakt, er voor zorgend dat het lijkt alsof er nooit wat is gebeurd.

Het ergste in zo’n hotel is echter de bar. Die is al jaren ongewijzigd. Het oranje tapijt, het wat ongemakkelijke licht, de oude fauteuils, de oneindige rijen halfvolle flessen sterke drank. En natuurlijk die ene bezoeker aan de bar. Op zijn kruk, met twee armen op de bar hangend over zijn biertje, lijkt het alsof hij bij het interieur hoort. Alsof je een beginscene van een oude Duitse pornofilm komt binnenlopen. Alles wat nodig is om het op een bar te laten lijken is aanwezig. Maar toch heb je het gevoel dat er iets anders gaat gebeuren.

Het is een bar. Je kan het zien. Je weet dat het gezellig is. Maar het is het niet. De barman is vriendelijk. Maar precies zoals de receptioniste. Hij praat, maar zegt niets. Hij luister, maar hoort niets. Hij is vriendelijk, niet gezellig. Zelfbediening had geen enkel verschil gemaakt. En in deze bar bestel je dus je biertje. Of wat sterkers omdat je al snel het gevoel hebt, dat je het nodig hebt. De barman schenkt het voor je in. Hij zet het voor je op de bar en kijkt tegelijkertijd opzichtig naar de TV. Op zoek naar een plichtmatig gespreksonderwerp, waarbij hij geheel volgens de regels een geheel onafhankelijk standpunt in zal nemen om elke vorm van discussie met een gast te vermijden. “Het is toch wat hè, met dat hele Nederlands elftal.’

Of er een vraagteken of een uitroepteken achter de zin zit, mag je zelf bepalen. 

Het enige wat in je opkomt is dat je vanavond maar eens lekker op tijd gaat slapen. Dan kan je morgen tenminste vroeg je bed uit.

 Ontbijten kan vanaf zeven uur.



Leave a Comment