rss search

Anders

line

AndersIk word ouder. Ik merk het. Niet aan mijn eigen leeftijd. Maar aan die van anderen.  De tijd is langzaam gekomen dat ik zomaar in een kroeg kan staan waar mensen lopen die geboren zijn toen ik voor het eerst in die kroeg stond. Dan wordt je ouder.

En wat doen oudere mensen? Die denken aan vroeger. En vergelijken. Je start zinnen die beginnen met het V-woord. Zodra je dat beseft, moet je even naar lucht happen. Die komt wel even binnen. Maar het is onvermijdelijk. Dus laat je het allemaal maar over je heen komen.

Vroeger zat ik op de middelbare school. Niemand had een mobiele telefoon. Facebook bestond niet. Een tupperware –party van je buurvrouw was de social media. Net als de tennisochtenden van je moeder. Bellen deed je thuis.

Tv’s bestonden uit een compleet hondenhok met een scherm. Trainingspakken waren in. Terminaal ziek ogende kapsels ook. Films nam je op van tv. Op een videoband. Friends zat in seizoen twee. Internet bestond uit Netscape. En Pamela Anderson. Ajax vernederde Real Madrid in Bernabeu. Alles was anders. Alleen Patty Brard was al oud.

Vroeger. Niet beter. Gewoon anders. Bijvoorbeeld met meisjes. Heel anders. Als je iemand leuk vond, had je een nummer nodig. Een telefoonnummer. Dit nummer moest je vragen. Vragen om een telefoonnummer. Een vast telefoonnummer. Doodeng. Maar als je het dan kreeg. Kreeg je het ook écht. Op een papiertje. Goed opgevouwen in je zak. Of duidelijk opgeschreven in je agenda.

Dan. Dan moest je nog bellen. Thuis. Met de huistelefoon. Met een beetje mazzel stond er nog één ergens op een slaapkamer. Anders was het onvermijdelijk. Bellen, midden in de huiskamer. Ongeacht welk moment je koos, er kwam altijd wel iemand binnen. Uiteraard. Maakte het bellen nog ongemakkelijker.

Toch moest het moeilijkste nog komen. Je belde namelijk ook naar een huistelefoon. Een gezin deelde één nummer. En één ding stond vast. Zodra je belde kreeg je nooit direct het meisje aan de telefoon. Dit was altijd haar vader. Onvermijdelijk.

Hij was als de uitsmijter voor de kroeg, waar je eigenlijk nog niet in mocht. Zijn afkeurende en onderzoekende blik ging dwars door de telefoon heen. Het noemen van je naam en de vraag of ‘jouw’ meisje thuis was, voelde als het tonen van een vervalste identiteitskaart.

Dan kwam dé zin, zachtjes op de achtergrond, omdat de vader de telefoon had neergelegd of stevig in zijn hand naast zijn been hield. Wachtend op zijn dochter. Waarschijnlijk om haar nog even goed in haar ogen te kijken voordat ze de telefoon van hem overnam.  Dé zin, die door merg en been ging.

………, éne Bart Ruisch voor jou aan de lijn.”

Het gesprek dat volgde was meestal ongemakkelijk. Een gesprek tussen twee mensen. Één die alle ogen van het gezin op zich had gericht en een ander, doodzenuwachtig, die al blij was dat hij langs de uitsmijter was gekomen. Maar als je dan de telefoon kon neerleggen wetende dat je een afspraak had, viel alle spanning weg. Wat een overwinning.

Nu, in 2012, past deze hele zenuwslopende reis in één ping, whatsapp of facebook bericht. Het was vroeger niet beter. Wel anders. Heel anders.




Leave a Comment