rss search

Knoflooksaus

line

KnoflooksausVorige week donderdag zat ik om middernacht in een shoarmazaak. Terwijl ik wachtte op mijn bestelling hoorde ik achter mij een gesprek. Ik ving een deel van een zin op: “ik heb te veel knoflooksaus…” Het drong niet echt tot mij door, maar mijn onbewuste begreep de zin niet.

Als snel kreeg ik mijn bestelling. Ik betaalde en stapte naar buiten. Het is een klein stukje van de shoarmatent naar mijn huis. Het was mistig. Koud ook. Snel liep ik naar mijn huis. Thuis aangekomen haalde ik mijn aankoop uit het plastic tasje. Een witte. Zo eentje die ooit is uitgevonden door de afhaalchinees.

Mijn broodje shoarma was beschermend verpakt in aluminiumfolie . Zo bleef hij lekker warm. Ik legde mijn broodje op het bord en haalde heel zorgvuldig het folie van mijn broodje af. De shoarma die niet in het broodje paste, viel op mijn bord. Zo het broodje uit. Lekker veel. Ik kreeg trek.

Ik draaide me om en opende de koelkast. Naast een stuk kaas stond een grote, doorzichtige emmer met deksel. Knoflooksaus. Ik pakte de bak en sloot de deur. Uit de la onder mijn aanrecht pakte ik een lepel. Voor in de knoflooksaus. En een vork. Voor de shoarma die zou overblijven. Tot slot schonk ik een glas cola in. Alles stond nu klaar. Ik kon aan tafel.

Rustig ging ik zitten en trok de stoel goed naar de tafel. Voor mij stond het bord. Met daarop, het broodje shoarma. Rechtsboven van het bord stond mijn glas cola. Links de bak met knoflooksaus. Daarin prijkte nu de lepel. Uitnodigend. De vork lag rechts naast mijn bord. Die had ik nog niet nodig.

Met mijn linkerhand pakte ik het broodje op en draaide het naar links zodat de opening naar boven wees. Terwijl ik dit deed, vielen stukken shoarma op mijn bord. Bovenop de shoarma die sowieso al niet in het broodje had gepast. Ik hield het broodje vast. Met mijn linkerhand pakte ik de lepel en zorgde voor een flinke schep knoflooksaus. Met mijn duim en de middelvinger van mijn linkerhand kneep ik het broodje verder open. Ik goot de knoflooksaus van mijn lepel. Zo het broodje in. Ik herhaalde dit nog een keer. En nog een keer.

Mijn broodje was klaar om gegeten te worden. Gulzig maar met beleid en een gelukzalig gevoel at ik mijn broodje shoarma. Af en toe moest ik met de bovenkant van mijn hand, de knoflooksaus van mijn kin vegen. Na elke 2 happen, zorgde ik voor een nieuwe schep knoflooksaus. Net zo lang tot mijn broodje op was. Stukjes shoarmavlees lagen nu nog op mijn bord. De knoflooksaus had zich vermengd met het vlees en was iets verkleurd door de kruiden. Ik pakte mijn vork.

Een nieuwe schep knoflooksaus voorzag mijn overgebleven shoarma van een romige topping. Met mijn vork roerde ik het vlees zorgvuldig door elkaar tot een crème-achtige massa van stukjes vlees. Ik keek er nog eens goed naar. Een nieuw schep knoflooksaus belandde op mijn bord.

Ik had te weinig shoarma.



Leave a Comment