rss search

Het kan altijd erger

line

Het kan altijd ergerZondag heb ik de halve marathon gelopen. Ik had getraind. Maar niet zo hard. Verder dan 12 kilometer was ik niet gekomen. Het zou zwaar worden, dat wist ik. Mijn plan was om rustig te starten. Net als vorige keer.

Vorige keer was 2007. Precies 5 kilo geleden. Ik was 26 jaar jong. Trainde regelmatig. Lange stukken ook. Zelfs 19 kilometer. Ik was toen ook rustig begonnen. Daarna had ik mijn race op kunnen bouwen. Ná het strand begon het pas echt.

Zo was het ook dit jaar. Ná het strand begon het pas echt. Het afzien in dit geval. Het eerste stuk in de duinen was zwaar. Smal pad. Onverhard. En veel lopers. Niemand die je aanmoedigde. Pas toen de paden weer verhard waren stonden de mensen weer langs de route. Klappend. Aanmoedigend. Je naam roepend, die pontificaal boven je startnummer prijkte. Raar om van vreemden je naam te horen. Maar ik was er blij mee. Ik had het hard nodig.

Vanaf 15 kilometer kreeg ik het echt zwaar. Ik had maar één gedachte. “Ik wil gewoon even lopen“. Die veranderde al snel. “Ik moet even lopen.” Lucht had ik genoeg. Benen des te minder. De drinkposten waren een welkome onderbreking. Ik nam dan een halve minuut. Huppelde even. Wandelde even. Maar wist dat ik snel verder moest. En dat deed ik dan maar.

Vlak voordat we Egmond weer inkwamen verscheen er nog een pittige klim. Na een bocht. Zomaar. Uit het niets. Die herinnerde ik me niet meer. Au. Het bovenkomen voelde al als een finish. Ik gunde mijzelf een moment om te lopen. Slecht idee. Nu wilde ik gaan liggen. Snel begon ik weer te rennen.

De laatste kilometer door het  dorp voelde als een bevrijding. Veel mensen, veel afleiding. De bordjes met 400 meter en 300 meter verschenen. Nog een paar voetbalvelden. Ik wilde aanzetten op de laatste 100 meter. Dat deed ik.

Op dat moment voelde mijn benen als blubber. Alsof ze los aan mijn romp bungelde. Dit was geen goed idee. Ik ging snel terug naar het normale tempo. En daar was de finish. Eindelijk. Nog nooit was ik zo blij geweest met een finish. Bijna jankend. Ik voelde even helemaal niets. Licht in mijn hoofd.

Ik boog voorover. Liet mijn armen op mijn bovenbenen rusten. Eindelijk hoefde ik niet meer te lopen. Helemaal kapot. Ik opende mijn ogen. Op het asfalt. Precies tussen mijn benen. Lag een hoopje kots.

Maar niet van mij. Ik lachte. Een beetje. Het kan altijd erger.



Leave a Comment