rss search

Papegaai

line

Door een soort gaas keek ik naar beneden. Ik zag mijn schoenen. De een was rood. De ander groen. Met een gesp. Ze stonden beiden op  de bruinwitte tegels van een supermarktvloer.  Ik had het warm.  Heel warm.

Een half uur daarvoor was ik in een pak gestapt. Een enorm pak. Van een papegaai. Een papegaai in piratenbroek. En piratenschoenen. Op de tafel voor me had een hoofd gelegen. Een kop eigenlijk. Een papegaaienkop. Met een piratenhoed. Ik had hem opgezet zoals astronauten dat doen voordat ze het heelal in worden geschoten. Met hulp van collega’s.

Mijn kop was te groot geweest voor de deuropening. Dus ik had hem  eerst weer afgezet. Zoals astronauten dat doen als ze weer op aarde arriveren en uit de net gelande raket stappen. Door een magazijn was ik verder gelopen. Mijn kop weer opgezet. De zware, zwarte,rubberen klapdeuren die de ingang vormden richting de winkel, hadden het moeilijk gemaakt om naar binnen te lopen. Maar het was gelukt.

Voorzichtig liep ik door de paden. Ik had moeite met mijn oriëntatie. Af en toe stootte ik met de plek waar mij hand zat tegen een schap. Vreemd. Wat ik had nog niet het gevoel dat ik er al zo dichtbij was. Als ik mijn hoofd draaide voelde het alsof het vijf keer groter was. En dat was ook zo.

Door het gaas in de snavel, die ik zelf niet kon zien, keek ik naar de grond.  Mijn gezichtsveld beperkte zicht tot twee vierkante meter. De helft daarvan werd ingenomen door mijn schoenen. In mijn vleugels droeg ik een doos met koek. Ik was Kapitein Koek.  Zo schreed ik door de winkel.

Ik  veraste iedereen.  Jong en oud.  Ik voelde me als Sinterklaas. De goed zichtbare eerste schrik van de meeste kinderen verdween altijd binnen twee tellen. Enkele hadden even het been van papa of mama nodig. Maar al snel stonden ze naast me. Aaiend. Lachend. Wachtend op een handje.  En een koek. Op één kind na.

Ze was een jaar of vijf. Een meisje. Mijn verschijning vanuit  het pad waar de koffie, koek en muesli in de schappen stond, was het startsein voor een heftige schrikreactie. Deze ging vervolgens moeiteloos over in een hysterisch gejank. Doodsbang was ze. Ik voelde me schuldig en stak mijn hand in de lucht. Het kind, en ook de moeder, zagen nu een lachende piratenpapegaai van twee meter vijftig die zwaaide. Het meisje huilde nu nog hysterischer. De moeder werd boos. Ik maakte me uit de voeten. Poten.

Ik probeerde het meisje en de moeder zorgvuldig te vermijden. Tevergeefs. Twintig minuten later was het raak. Nietsvermoedend stapte ik zo weer in het gezichtsveld van het meisje. Het kind verstijfde, de angst was van haar gezicht te lezen. Nog hysterischer dan de eerste keer begon ze te janken. Schreeuwen. De reactie van haar moeder was vergelijkbaar. Die ging uit haar dak. ‘Wat ik daar in godsnaam deed. Waar de manager was. Hoe ik het in mijn hoofd haalde.’ Kop bedoelde ze natuurlijk. Alle redelijkheid was verdwenen. Haar ogen spuwde vuur. Ze stond te tieren als een bezetene.

Tegen een papagaai.



Leave a Comment